Direct naar de inhoud

Bel 085 - 123 45 67

Besloten deel

Box 3 gaat naar werkelijk rendement — en waarom u nú al iets kunt doen

De invoering schuift naar 2028, maar het tijdelijke stelsel met de tegenbewijsregeling bepaalt hoeveel u de komende twee jaar betaalt. Dat is precies de periode waarin een keuze nog verschil maakt.

Geschreven door

Thomas de Graaf

Beleggingsadviseur

Gepubliceerd
Bron
FFP-congres
Leestijd
6 minuten

Op het FFP-congres was box 3 het onderwerp waar de zaal het langst over doorpraatte. Niet omdat de plannen nieuw zijn, maar omdat de invoeringsdatum inmiddels drie keer is opgeschoven. Wat betekent dat voor iemand die nu spaargeld heeft en zich afvraagt of beleggen verstandig is?

Waar staan we in september 2026?

De Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft er op 30 juni 2026 plenair over gedebatteerd, waarna het kabinet met een aangepaste versie is gekomen. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2028. Tot die tijd geldt het huidige forfaitaire stelsel, met daarnaast de tegenbewijsregeling.

In 2026 werkt dat zo: uw banktegoeden worden belast met een forfaitair rendement van 1,28% (voorlopig percentage), overige bezittingen zoals beleggingen met 6,00% (definitief) en schulden mogen tegen 2,70% worden afgetrokken. Over het resulterende voordeel betaalt u 36%, en het heffingsvrije vermogen is € 59.357 per persoon.

De tegenbewijsregeling is nu het belangrijkste instrument

Is uw werkelijke rendement lager dan het forfaitaire, dan mag u over het werkelijke rendement afrekenen. Dat lijkt een detail, maar het verandert de rekensom voor beleggers wezenlijk. Het forfait van 6,00% voor beleggingen betekent een heffing van 2,16% van uw belegde vermogen (36% van 6,00%), ongeacht wat u werkelijk hebt verdiend. Blijft uw rendement onder de 6%, dan is het tegenbewijs geld waard.

Voor spaargeld ligt dat anders. Het forfait van 1,28% ligt dicht bij wat banken op dit moment vergoeden, dus de heffing van ongeveer 0,46% van uw spaargeld voelt draaglijk. De keerzijde: bij een spaarrente onder de 1,28% verliest u op reële basis, want de inflatie eet ook mee.

Waarom werkelijk rendement de afweging opnieuw verschuift

Onder het voorgestelde stelsel wordt vanaf 2028 het werkelijke rendement belast, inclusief waardestijging van beleggingen — ook als u niets verkoopt. Verliezen zijn onder voorwaarden verrekenbaar, en er komt een vrijstelling over het rendement in plaats van over het vermogen. Dat betekent twee dingen. Ten eerste: het fiscale voordeel van beleggen met een verwacht rendement boven de 6% verdwijnt. Ten tweede: de fiscale straf op een slecht beursjaar verdwijnt ook.

De klant die vraagt of hij moet gaan beleggen om box 3 te ontwijken, stelt de verkeerde vraag. Beleg omdat uw horizon en uw risicobereidheid het toelaten. De fiscaliteit is de laatste 10% van de afweging, niet de eerste.

Thomas de Graaf, beleggingsadviseur bij MH Capital

Wat wij in de praktijk zien

Wij spreken regelmatig klanten van rond de zestig met twee tot vier ton spaargeld, die jaren hebben gewacht op duidelijkheid over box 3. Dat wachten heeft geld gekost — niet door de belasting, maar door de inflatie. Ons advies is bijna altijd hetzelfde: bepaal eerst welk deel van uw vermogen u de komende tien jaar zeker niet nodig heeft. Dát bedrag is het uitgangspunt. Pas daarna komt de vraag hoe u het fiscaal het slimst inricht.

Adviseursvisie

Wat wij hiervan vinden

Wij verwachten dat de invoeringsdatum van 2028 haalbaar is, maar dat de uitvoering — met name de waardering van niet-beursgenoteerde bezittingen — nog tot aanpassingen leidt. Voor onze klanten betekent dat: neem geen onomkeerbare beslissingen op basis van een wetsvoorstel dat nog kan wijzigen. Kies een inrichting die onder beide stelsels verdedigbaar is. Dat kan bijna altijd.

Thomas de Graaf, beleggingsadviseur

Voor u

Wat betekent dit voor u?

  • Heeft u in een verliesjaar belegd? Controleer of de tegenbewijsregeling u geld oplevert. Dat vergt onderbouwing, en die moet u zelf aanleveren.
  • Houd uw buffer op de spaarrekening. Het forfait voor banktegoeden is laag; er is fiscaal geen reden om uw noodpot te beleggen.
  • Wacht niet op 2028 om na te denken over uw vermogen. De belangrijkste vraag — welk deel heeft u de komende tien jaar niet nodig — heeft niets met belasting te maken.
  • Gebruik onze gratis box 3-scan om te zien wat u nu betaalt en waar het omslagpunt tussen sparen en beleggen in uw situatie ligt.

Box 3BelastingenBeleggenWetgeving

Meer bijdragen