Rekentool box 3
Deel 1 — Wat betaalt u aan box 3 in 2026?
Vul uw vermogen per 1 januari in. De belastingdienst kijkt naar de peildatum van 1 januari; wat u daarna doet, telt pas mee voor het volgende jaar.
Box 3-heffing 2026
€ 629,53
Dat is 0,35% van uw totale bezittingen, ofwel € 52,46 per maand.
- Heffingsvrij vermogen
- € 118.714
- Grondslag sparen en beleggen
- € 61.286
- Effectieve heffing
- 0,35%
Twee keer de vrijstelling
Van uw bezittingen
Zo komt dit bedrag tot stand
| Stap | Berekening | Uitkomst |
|---|---|---|
| Rendementsgrondslag | Bezittingen minus de schulden boven de drempel van € 7.600 | € 180.000 |
| Voordeel banktegoeden | € 120.000 × 1,28% (voorlopig percentage) | € 1.536,00 |
| Voordeel overige bezittingen | € 60.000 × 6,00% (definitief) | € 3.600,00 |
| Aftrek schulden | € 0 × 2,70% (voorlopig) | € 0,00 |
| Forfaitair voordeel | Som van de drie regels hierboven | € 5.136,00 |
| Grondslag sparen en beleggen | Rendementsgrondslag minus het heffingsvrije vermogen van € 118.714 | € 61.286 |
| Belastbaar deel | Forfaitair voordeel × 34,0% (het deel van uw vermogen dat boven de vrijstelling uitkomt) | € 1.748,69 |
| Belasting | Belastbaar deel × 36% | € 629,53 |
Deel 2 — Sparen of beleggen: wat houdt u netto over?
Hier ligt de kern van de fiscale afweging. Spaargeld wordt belast met een forfaitair rendement van 1,28%; beleggingen met 6,00%, ongeacht wat u werkelijk verdient. Valt uw werkelijke rendement lager uit, dan mag u via de tegenbewijsregeling over dat lagere bedrag afrekenen.
Uitkomst over één jaar
Beleggen levert meer op
Het verschil is € 1.741,37 per jaar, na kosten en na box 3.
Omslagpunt: bij een bruto beleggingsrendement van ongeveer 2,03% per jaar komt beleggen na kosten en belasting gelijk uit met sparen tegen 1,50%. Daarboven wordt beleggen aantrekkelijker, daaronder sparen.
Verwar dit omslagpunt niet met de forfaitgrens van 6,00%. Het omslagpunt hierboven zegt vanaf welk rendement beleggen méér oplevert dan sparen. De forfaitgrens zegt iets anders: haalt u meer dan 6,00%, dan betaalt u belasting over een lager bedrag dan u werkelijk hebt verdiend. Blijft u eronder, dan houdt de tegenbewijsregeling de heffing bij uw werkelijke rendement — en juist daardoor ligt het omslagpunt doorgaans een stuk lager dan 6,00%.
| Sparen | Beleggen | |
|---|---|---|
| Bruto rendement | € 750,00 | € 3.000,00 |
| Kosten | — | − € 250,00 |
| Rendement na kosten | € 750,00 | € 2.750,00 |
| Forfaitair voordeelwaarover de fiscus wil heffen | € 217,91 | € 1.021,43 |
| Box 3-heffing | − € 78,45 | − € 337,07Tegenbewijs |
| Netto resultaat | € 671,551,34% | € 2.412,934,83% |
Uitleg
Wanneer is beleggen fiscaal rendabeler dan sparen?
Spaargeld
De fiscus rekent op uw banktegoeden een forfaitair rendement van 1,28% en heft daarover 36%. De heffing komt daarmee uit op ongeveer 0,46% van uw spaargeld boven de vrijstelling — per jaar, ongeacht de rente die u werkelijk ontvangt.
Praktisch gevolg: uw spaarrente moet ten minste 0,46% zijn om na belasting niet achteruit te gaan. En om na inflatie niet achteruit te gaan, moet die rente hoger zijn dan de inflatie plus 0,46%.
Beleggingen
Op beleggingen rekent de fiscus een forfaitair rendement van 6,00%. De heffing komt daarmee uit op ongeveer 2,16% van uw belegde vermogen boven de vrijstelling — ook in een jaar zonder rendement.
Praktisch gevolg: uw beleggingen moeten ten minste 2,16% per jaar opleveren om na belasting niet achteruit te gaan, en meer dan dat om de kosten van beleggen terug te verdienen. Blijft uw werkelijke rendement onder het forfait, dan biedt de tegenbewijsregeling verlichting.
De vuistregel
Zolang het forfaitaire rendement voor beleggingen op 6,00%staat, geldt: haalt u meer dan 6,00% rendement, dan werkt het forfait in uw voordeel — u betaalt dan belasting over een lager bedrag dan u werkelijk hebt verdiend. Haalt u minder, dan werkt het in uw nadeel, en dan is de tegenbewijsregeling uw vangnet.
Voor spaargeld ligt het forfait van 1,28% dicht bij wat banken op dit moment vergoeden. De fiscale "straf" op sparen is daarmee klein — maar de reële achteruitgang door inflatie niet.
Wat er in 2028 verandert
De Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen; de Eerste Kamer debatteerde er op 30 juni 2026 plenair over, waarna het kabinet met een aangepaste versie kwam. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2028. Vanaf dat moment wordt het werkelijke rendement belast, inclusief waardestijging van beleggingen — ook als u niet verkoopt — en worden verliezen onder voorwaarden verrekenbaar.
Voor uw afweging betekent dat: het fiscale voordeel van een rendement boven de 6,00% verdwijnt, maar de fiscale last in een slecht beursjaar ook. Neem daarom geen onomkeerbare beslissing op basis van een wetsvoorstel dat nog kan wijzigen. Kies een inrichting die onder beide stelsels verdedigbaar is — dat kan bijna altijd.
De onderliggende cijfers
Box 3-parameters 2026
| Onderdeel | Waarde 2026 | Status |
|---|---|---|
| Belastingtarief box 3 | 36% | Vastgesteld |
| Heffingsvrij vermogen per persoon | € 59.357 | Vastgesteld; verdubbelt met een fiscaal partner |
| Forfaitair rendement banktegoeden | 1,28% | Voorlopig; definitief begin 2027 |
| Forfaitair rendement overige bezittingen | 6,00% | Definitief |
| Forfaitair rendement schulden | 2,70% | Voorlopig; definitief begin 2027 |
| Schuldendrempel per persoon | € 3.800 | Vastgesteld; verdubbelt met een fiscaal partner |
Gratis box 3-scan tijdens het oriëntatiegesprek
Wij rekenen uw situatie samen met u door en u krijgt de uitdraai mee. Kost niets en u zit er nergens aan vast.